2 oktober 2026

Maidenspeech van Arie van der Vlies namens de SGP-fractie

Voorzitter,

Ik begin aan mijn eerste bijdrage aan een raadsvergadering en wil voor deze gelegenheid graag twee dingen benoemen.

Als klein jochie liep of fietste ik langs de Dorpsweg in Maartensdijk om bij de School met de Bijbel te komen. Ik kwam langs boerderij Vredestein. Naast deze boerderij lag een grote moestuin. In die moestuin was regelmatig een man aan het werk. Nou ja werken, in mijn beleving stond hij meer met mensen te praten, dan dat hij bezig was met z’n groenten. Wie was deze man? Het was Gerrit Buitenhuis, een van de bestuurders van de toenmalige gemeente Maartensdijk. Dat praten, dat deed hij met inwoners van Maartensdijk. Hij stond als politicus midden in de samenleving. Als ik mijn erf afrijd en linksaf sla om naar het gemeentehuis te gaan om me bezig te houden met politiek, kijk ik snel naar rechts en zie ik voor de bewuste tuin, tegenwoordig de belevingstuin van het Thomashuis, het Buitenhuisbankje. Met daarbij de tekst: Wie hier kwam kon niet onopgemerkt aan hem voorbij. Hier nam hij waar en daarbij werd hij waar genomen. Over het hek besprak hij dan ’t belang der goegemeente, waarvan hij lange jaren de tolk was en het stuur.

Voorzitter, deze Buitenhuis is zo’n voorbeeld, zoals er trouwens zovelen zijn, van een raadslid wat midden in de samenleving stond. Bij het uitoefenen van het ambt van raadslid, heeft ieder zijn of haar eigen drijfveren, ideologie, visie, gedachten, winden of wat dan ook, waarvan hij denkt dat die het beste zijn voor de samenleving. Voorzitter, voor mij geldt dat ik wil varen op het Kompas wat gebaseerd is op het meest gelezen Boek in deze wereld: de Bijbel. Dat Kompas geeft mij houvast, vertrouwen, rust, kracht, richting, waarden en normen en ook zekerheid. Het functioneren als raadslid vanuit dat Kompas, wordt kernachtig verwoord in het ambtsgebed wat jarenlang in de gemeenteraad van Maartensdijk uitgesproken werd, voordat een vergadering begon. Dat luidde als volgt:

Almachtig God!

Wij bidden U dat Gij ons, die geroepen zijn tot het besturen in de verzorging van deze gemeente, wilt verlenen de geest der wijsheid, oprechtheid, bedachtzaamheid en kloekzinnigheid (dat betekent vastberaden en doortastend), opdat wij in alle handelingen en besluiten het waarachtig belang der gemeente mogen voor ogen houden en met onze tekortkomingen mogen begrepen worden in de voorbede van Jezus Christus, Uwen Zoon. (en dan eindigt dat gebed met het woordje) Amen.

Voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat als een raadslid op deze manier zijn of haar ambt vervult, dat de gemeente, de samenleving daar wél bij vaart.

Arie van der Vlies, 1 oktober 2026